Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam 1] , eiser 1, V-nummer: [Nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
[Naam 4](55597/09). Dat dit ook voor eiser 2 als kind geldt, volgt uit het arrest van 4 december 2012 in de zaak
[Naam 5](47017/09). De omstandigheid dat tegen eiser 2 geen inreisverbod is uitgevaardigd, maakt dit niet anders.
Best Interests of the Child Assessmentvan 19 december 2019 van M.C. Menninga, orthopedagoog, en S. van Zonneveld en A.A. Stevens, orthopedagogen in opleiding, van de University of Groningen en een kinderrechtenrapportage van 22 oktober 2019 van S.A.S. Matheij en S. Schuitemaker, juridisch adviseurs bij Defence for Children. Eisers voeren aan dat verweerder deze rapportages onvoldoende gemotiveerd terzijde heeft geschoven. Deze beroepsgrond slaagt. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom de rapportage van de orthopedagogen, die eiser 2 in persoon hebben gezien, onvoldoende objectief zou zijn. Ook heeft verweerder ten onrechte overwogen dat bij het opstellen van deze rapportage geen externe bronnen zijn gebruikt, nu uit het rapport blijkt dat gebruik is gemaakt van diverse wetenschappelijke publicaties en van stukken die door eisers zelf zijn aangeleverd, zoals de cijferlijsten van de school van eiser 2. Ten aanzien van de rapportage van de juridisch adviseurs heeft verweerder ten onrechte overwogen dat deze niet op eiser 2 is toegespitst. Uit de rapportage blijkt namelijk dat eisers het verblijfsrechtelijk dossier van eiser 2 aan de adviseurs hebben overgelegd en dat dit in de beoordeling is betrokken. Verder is verweerder niet te volgen in de overweging ten aanzien van dit rapport dat eiser 2 zich niet onderscheidt van andere pubers die Nederland door emigratie dan wel uitzetting verlaten, omdat vrijwillige emigratie niet op één lijn te stellen is met gedwongen uitzetting.