De rechtbank Den Haag heeft op 28 januari 2021 het verzoek van de schuldenaar tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) toegewezen. De rechtbank stelde de looptijd van de regeling vast op anderhalf jaar, met ingang van de uitspraak, en bepaalde dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. Tevens werd een rechter-commissaris benoemd en een bewindvoerder aangesteld die de financiële post van de schuldenaar zal beheren.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden en aan alle voorwaarden voor toelating tot de WSNP voldeed. De rechtbank nam daarbij mee dat de schuldenaar zich sinds 2016 inspant om zijn schulden te saneren en reeds anderhalf jaar betalingen conform richtlijnen heeft verricht.
In een gerelateerd vonnis werd een verzoek ex artikel 287a Fw tot medewerking van schuldeiser ABN AMRO aan een buitengerechtelijke schuldenregeling afgewezen. Dit omdat ABN AMRO nalatig handelde door laat en zonder onderbouwing een verhoogde vordering door te geven, waardoor het akkoord niet kon worden nagekomen. De rechtbank gaf ABN AMRO de mogelijkheid alsnog in te stemmen, maar zij bleef weigeren.
Gezien deze bijzondere omstandigheden en het feit dat de weigering van ABN AMRO de schuldenaar niet volledig kan worden toegerekend, besloot de rechtbank de standaard looptijd van drie jaar te verkorten tot anderhalf jaar. Dit is uitzonderlijk en gebaseerd op het feit dat de schuldenaar reeds betalingen heeft verricht en de buitengerechtelijke regeling anders nog circa anderhalf jaar zou hebben geduurd.
De rechtbank benadrukte dat de schuldenaar zich aan alle verplichtingen van de WSNP moet houden om uiteindelijk de zogenaamde 'schone lei' te verkrijgen.