Eiser, een Syrische jongvolwassene, vroeg om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn moeder, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af met het argument dat eiser niet als jongvolwassene kon worden aangemerkt en dat er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
Eiser stelde dat hij ten tijde van de asielaanvraag nog geen 25 jaar was, altijd in gezinsverband met zijn moeder had gewoond, niet in zijn eigen onderhoud voorzag en geen zelfstandig gezin had gevormd. Hij verwees naar jurisprudentie en beleidsregels die aangeven dat bij jongvolwassenen tot ongeveer 25 jaar een individuele beoordeling moet plaatsvinden, zeker als sprake is van noodgedwongen zelfstandigheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser niet als jongvolwassene moest worden aangemerkt. Ook had verweerder ten onrechte niet nader onderzocht of eiser zich zelfstandig en moeiteloos kon handhaven. Daarnaast was eiser niet gehoord in bezwaar, wat een schending van het hoor en wederhoor opleverde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.