ECLI:NL:RBDHA:2021:9359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging privéleven
Eiser, sinds 1978 houder van een verblijfsvergunning in Nederland, kreeg zijn vergunning ingetrokken en een inreisverbod opgelegd vanwege bijna 100 veroordelingen voor ernstige misdrijven. Verweerder baseerde dit op de glijdende schaal en stelde dat er geen schending was van artikel 8 EVRM Pro over het privéleven.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet alle relevante feiten, zoals eisers langdurige verslaving en gebrek aan adequate ondersteuning, voldoende heeft meegewogen in de belangenafweging. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom deze omstandigheden geen zwaarder gewicht verdienen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige belangenafweging, waarbij ook de positieve ontwikkelingen van eiser en zijn familieondersteuning betrokken moeten worden. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en oplegging van een inreisverbod wordt vernietigd en verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.