ECLI:NL:RBDHA:2022:10722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en OZB-heffing woning niet in strijd met EVRM en Awb
Eiseres, eigenaar van een hoekwoning, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €328.000 en de daarop gebaseerde aanslag OZB voor 2020. Zij stelt dat de Wet WOZ en OZB in strijd zijn met het recht op ongestoord genot van eigendom, het discriminatieverbod en het evenredigheidsbeginsel, en dat de waarde te hoog is vastgesteld vanwege gedateerde voorzieningen en onvoldoende correcties.
De rechtbank onderzoekt het verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling, dat wordt afgewezen wegens gebrek aan gewichtige redenen. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de juridische gronden en concludeert dat de Wet WOZ en OZB niet in strijd zijn met het EVRM of de Awb. De WOZ-waarde is vastgesteld met een transparante en toegelichte methode, waarbij vergelijkingsobjecten in dezelfde wijk en van vergelijkbaar bouwjaar zijn gebruikt.
De rechtbank acht de waardering zorgvuldig, inclusief correcties voor erfdienstbaarheid en onderhoudstoestand. De door eiseres aangevoerde gebreken en argumenten over geheime waarderingsmethoden worden verworpen. De uitspraak op bezwaar is voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en OZB-aanslag wordt ongegrond verklaard; de waarde is niet te hoog vastgesteld.