Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2015. De Inspecteur besliste niet binnen de gestelde termijn op het bezwaar. In hoger beroep werd belanghebbende uitgenodigd voor een zitting op 12 juni 2020, maar ontving de uitnodiging pas op 11 juni 2020, waardoor hij verzocht om uitstel.
Het Hof Den Haag wees het uitstelverzoek af met als motivering dat de voortgang van de procedure zwaarder woog dan het verzoek, zonder nadere motivering. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het beoordelingskader voor uitstelverzoeken heeft miskend en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens draagt de Hoge Raad op dat de Staatssecretaris het griffierecht van belanghebbende vergoedt.