ECLI:NL:RBDHA:2022:11072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Bulgarije
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 2 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling, gelet op eerdere asielaanvraag aldaar en de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege wijdverbreide pushbacks in Bulgarije, onderbouwd met rapporten en jurisprudentie.
De rechtbank erkent dat pushbacks in Bulgarije een fundamentele systeemfout vormen die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Echter, de rechtbank oordeelt dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat deze systeemfout ook relevant is voor Dublin-terugkeerders zoals eiser, die regulier en geaccepteerd worden overgedragen. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat eiser zal worden gedetineerd of geen toegang zal hebben tot opvang en medische voorzieningen.
De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in dit geval van toepassing blijft en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om het tegendeel aannemelijk te maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wegens Dublin-overdracht aan Bulgarije is ongegrond verklaard.