Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland, maar zijn aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij niet correct is geïnformeerd en niet kon reageren op het voornemen, en dat hij in Bulgarije is blootgesteld aan illegale pushbacks en mishandeling, wat een schending zou zijn van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had om tijdens het Dublingehoor zijn bezwaren kenbaar te maken en dat het aan zijn advocaat was om contact met hem te onderhouden. De rechtbank vond geen bewijs dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen zou schenden of dat er bijzondere omstandigheden zijn die overdracht in de weg staan.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin geen aanwijzingen waren gevonden voor het ondeelbare interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot Bulgarije. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het Dublin-overdrachtsbesluit aan Bulgarije wordt ongegrond verklaard.