ECLI:NL:RBDHA:2022:11213
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Rva-verstrekking tijdens aanvraag verlenging artikel 64-maatregel niet onrechtmatig
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, kreeg uitstel van vertrek van 26 mei tot 26 november 2021 en een Rva-verstrekking gedurende die periode. Na afloop van het uitstel werd de Rva-verstrekking beëindigd. Eiseres stelde beroep in tegen deze beëindiging en tegen de afwijzing van haar verzoek om continuering van de verstrekking, mede vanwege haar fysieke en psychische klachten door het post-COVID syndroom.
De rechtbank oordeelt dat de beëindiging van de Rva-verstrekking rechtmatig is, omdat eiseres niet onder een categorie valt die aanspraak kan maken op verstrekkingen zonder daadwerkelijk verleend uitstel van vertrek. De rechtbank stelt dat het verzoek om continuering alleen bij zeer bijzondere omstandigheden kan worden toegekend. Hoewel eiseres klachten heeft, is niet gebleken dat er sprake is van een acute medische noodsituatie die onmiddellijke behandeling vereist.
Verder volgt de rechtbank het betoog van eiseres niet dat de Terugkeerrichtlijn te beperkt is uitgelegd. De bestaande wetgeving implementeert deze richtlijn adequaat. Ook is er geen sprake van een onevenredige toepassing van de wet, mede omdat eiseres andere mogelijkheden heeft voor medische zorg en opvang.
Op zitting is besproken dat eiseres mogelijk een aanvraag kan doen op grond van artikel 8 EVRM Pro, gezien haar afhankelijkheid van zorg door haar dochter. Het beroep wordt echter ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Rva-verstrekking tijdens de aanvraag om verlenging van de artikel 64-maatregel.