Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de zitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
subsidiair), dan wel dat hij samen met anderen en met voorbedachten rade geprobeerd heeft [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (
meer subsidiair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
nog meer subsidiair), dan wel dat hij samen met anderen voorbereidingen heeft getroffen tot het plegen van een moord c.q doodslag of zware mishandeling met voorbedachten rade of openlijke geweldpleging (
nog meer subsidiair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
meest subsidiair);
primair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
subsidiair).
3.Bewijsoverwegingen
Voorafgaand aan het feit op 5 juni 2021 zijn er door verdachte en zijn medeverdachten in een Snapchatgroep berichten verstuurd om te verzamelen en om iemand te grazen te nemen. Uit de gesprekken valt te herleiden dat diverse personen voorafgaand aan het incident afspreken en bespreken dat ze messen met zich meenemen omdat er een ruzie is met ‘Palenstein Boys’. Naderhand worden, opnieuw in Snapchatgesprekken, daderwetenschappen benoemd. Eén van de deelnemers is geïdentificeerd als de verdachte. Uit de door de verdachte verstuurde berichten kan worden geconcludeerd dat hij op de plaats delict is geweest, hij een machete bij zich had en hij concrete daderkennis had. De officier van justitie is daarom van mening dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot doodslag en aan openlijke geweldpleging. Het verboden wapen, zoals dat onder feit 3 is tenlastegelegd, is bij de verdachte aangetroffen en hij heeft bekend dit voor een ander te hebben bewaard.
Hiervoor is vastgesteld dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de slachtoffers steekwonden hebben opgelopen. Vooropgesteld wordt dat de rechtbank dit ziet als ernstig letsel. Bij de beantwoording van de vraag of toegebracht letsel als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) moet worden aangemerkt dient echter de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel in aanmerking te worden genomen. De rechtbank heeft hiervoor reeds geconstateerd dat het dossier geen objectieve bewijsmiddelen bevat op grond waarvan de aard en ernst van de steekverwondingen, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel kan worden vastgesteld. De waarnemingen van de verbalisanten die het eerste ter plaatse waren en de beknopte verklaringen van de slachtoffers zelf zijn ontoereikend om het letsel van de beide slachtoffers aan te kunnen merken als zwaar lichamelijk letsel. De door de benadeelde partij [slachtoffer 1] nader overgelegde medische verklaring biedt hiertoe evenmin voldoende onderbouwing.
De politie heeft op dit account een spoedvordering gedaan en hieruit kwam het [telefoonnummer] naar voren. Uit onderzoek naar dit telefoonnummer is gebleken dat dit nummer in de in beslag genomen telefoons van de eerder aangehouden verdachten stond opgeslagen onder de naam ‘ [verdachte] ’. [13]
betreft. Op deze Iphone stond voor de ‘source’ snapchat met de naam ‘ [accountnaam 2] ’ een wachtwoord opgeslagen. Twee user accounts waren gekoppeld aan ‘ [accountnaam 1] ’ of ‘ [accountnaam 2] ’. [15] Ook de school van de verdachte heeft laten weten dat het snapchataccount van de verdachte ‘ [accountnaam 2] ’ is. [16]
De verdachte heeft in het Snapchatgesprek op de oproep daartoe van “ [accountnaam 4] ”, welk account door de politie is toegeschreven aan [medeverdachte 2] , gereageerd door te vragen of hij ‘beef’ had en dat hij gewoon zou komen.
In de aangehaalde passages ziet de rechtbank dat de verdachte kort na het steekincident opnieuw actief is in het Snapchatgesprek en dat hij vertelt over het steekincident en reageert op berichten die hierop zien. Zo zegt de verdachte onder andere dat [slachtoffer 1] vijf keer is ‘gedipt’ en dat ze ‘dashed’ gingen toen ‘wij trokken’. Voorts reageert hij op [medeverdachte 1] dat hij snel ‘daar’ was omdat hij dichtbij woont en heeft hij het over ‘mijn machete’. De rechtbank constateert dat de naam [slachtoffer 1] de voornaam is van het [slachtoffer 1] .
gevolgenvan de openlijke geweldpleging, namelijk dat het door de verdachte gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel ten gevolge heeft gehad, overweegt de rechtbank het volgende.
zelfhet bewezenverklaarde letsel heeft toegebracht, zodat de verdachte niet op grond van deze bepaling strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door zijn mededaders in het kader van het openlijke geweld veroorzaakte letsel (HR 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3230, en HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1082).
eigenhandelen het bewezenverklaarde letsel, te weten de steekwonden en/of enig ander letsel heeft toegebracht.
- de verklaring van de verdachte op de zitting van 18 februari 2022;
- het proces-verbaal d.d. 28 juni 2021, nr. 2021159275 (p. 2065-2067).
4.De bewezenverklaring
[locatie 2]aldaar, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit:
eenrevolver, van het merk Zoraki (fabrikant: Atak Arms Ltd.), type/model R1-F, kaliber 4 mm Flobert, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
Het recidiverisico wordt als laag tot matig ingeschat. De verdachte lijkt optimaal te profiteren van het geboden kader en het is niet ondenkbaar dat hij hier nog langere tijd van afhankelijk zal blijven, nu de beperking niet voor behandeling vatbaar is. Met de huidige ondersteuning en begeleiding kan gewerkt worden aan het aanleren van (sociale) vaardigheden en assertiviteit. Met de Sociale Vaardigheidstraining So-Cool kan betrokkene vaardigheden aanleren om afwegingen te maken en om zich in (complexe) situaties staande te houden. Geadviseerd wordt om het kader met toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering op te leggen.
De Raad heeft zorgen op de gebieden vrije tijd, relaties, attitude, agressie en vaardigheden. De school heeft zijn zorgen geuit over de beïnvloedbaarheid van de verdachte. Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdachte meermaals zijn schorsende voorwaarden geschonden en wordt hij verdacht van bedreiging van een medeverdachte. De Raad adviseert de leerstraf So-Cool Verlengd en een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering, het volgen van onderwijs, meewerken aan de begeleiding van een coach vanuit Coach25, zich houden aan een avondklok, een contactverbod met de medeverdachten en ambulante behandeling indien de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht.
De rechtbank vindt een aanzienlijke jeugddetentie op zijn plaats, waarvan een gedeelte voorwaardelijk zal worden opgelegd. In de hierboven besproken omstandigheden ziet de rechtbank bovendien aanleiding om de verdachte daarnaast een onvoorwaardelijke leerstraf op te leggen.
8.De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 1]heeft zich ten aanzien van feiten 1 en 2 als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vraagt een bedrag van € 4.879,00, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 5.079,00, bestaande uit
€ 200,00aan
materiële schadeen
€ 4.879,00aan
immateriële schade.
Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook onvoldoende inzicht verkregen over de omvang van de geleden schade. Dat maakt dat beoordeling van de schadeposten bij deze stand van zaken een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding.
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
jeugddetentie voor de duur van 271 dagen;
91 dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie wordt afgetrokken;
180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd, houdt aan de volgende voorwaarden:
- [slachtoffer 2] , [geboortedatum 2],
dadelijk uitvoerbaarzijn;
50 UREN;
25 DAGEN;