ECLI:NL:RBDHA:2022:11501
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing asielaanvraag en onrechtmatig inreisverbod wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, diende een asielaanvraag in vanwege bedreigingen en een vermeende moordaanslag door haar ex-partner. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. Eiseres voerde aan dat haar asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig was bevonden en dat het besluit onzorgvuldig was genomen, met name over de vertaling van bewijsstukken en de beoordeling van haar verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de vertaling van bewijsstukken correct was en dat eiseres de mogelijkheid had gehad deze toe te lichten. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht de verklaringen over de vergiftiging en de connecties van de ex-partner met een paramilitaire groepering onvoldoende onderbouwd vond. Ook waren de verklaringen over bedreigingen, ontvoering en achtervolging vaag en onduidelijk. De rechtbank vond echter dat de afwijzing als kennelijk ongegrond onterecht was, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen tegenstrijdig of duidelijk onwaarschijnlijk zouden zijn.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit, stelde een vertrektermijn van vier weken vast en verklaarde het inreisverbod onrechtmatig. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter deels in stand omdat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het inreisverbod onrechtmatig verklaard en een vertrektermijn van vier weken vastgesteld.