ECLI:NL:RBDHA:2022:12146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland ondanks coronapandemie
Eiser ontving sinds 2010 bijstand en reisde op 1 maart 2020 naar Egypte met de intentie om op 31 maart terug te keren, maar keerde pas op 12 juni terug. Het college herzag de bijstandsuitkering en vorderde een bedrag terug wegens overschrijding van de wettelijk toegestane vier weken verblijf in het buitenland.
Eiser voerde aan dat de coronapandemie hem noodgedwongen langer in het buitenland hield en dat hij aanspraak kon maken op bijstand op grond van dringende redenen of het beleidsadvies van het college. Het college stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij pogingen tot terugkeer had ondernomen en dat hij zijn verblijf niet had gemeld, waardoor het college niet kon meewerken aan terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor voortzetting van bijstand bij verblijf buiten Nederland. Er was geen acute noodsituatie die dringende redenen rechtvaardigde en het beleidsadvies werd als buitenwettelijk begunstigend beleid beoordeeld dat correct was toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college mocht de bijstand terugvorderen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.