ECLI:NL:RBDHA:2022:12147
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet melden van bijschrijvingen en stortingen
Eiseres ontvangt sinds 1995 een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met herziening en terugvordering van bijstand over de periode 2017-2020 vanwege niet gemelde bijschrijvingen en stortingen op haar bankrekening. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag kwalificeerde deze bedragen als inkomen, waardoor eiseres de inlichtingenplicht zou hebben geschonden.
Eiseres stelde dat het ging om leningen van derden die zij had afgesloten om in haar levensonderhoud te voorzien en dat zij deze leningen zou terugbetalen. Ook voerde zij aan dat zij persoonlijke eigendommen verkocht had zonder dat sprake was van een te hoog vermogen. Het college stelde dat eiseres onvoldoende objectief bewijs had geleverd over de herkomst van de stortingen en dat deze als inkomen moesten worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat stortingen en bijschrijvingen op een bankrekening van een bijstandsgerechtigde in beginsel als inkomen worden beschouwd, ongeacht of het leningen betreffen. Eiseres had onvoldoende controleerbare gegevens overgelegd om dit te weerleggen. De rechtbank vond ook geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en stelde dat het college geen ruimte had voor een belangenafweging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.