ECLI:NL:RBDHA:2022:13268
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht naar Roemenië
Eiser, een Syrische asielzoeker, verzet zich tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de verantwoordelijkheid van Roemenië voor de behandeling van zijn asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
Eiser voert aan dat de asielprocedure in Roemenië gebrekkig is, onder meer door vermeende vervalsing van verklaringen door tolken en pushbacks, waardoor indirect refoulement dreigt. Hij beroept zich op recente AIDA-rapporten en stelt dat Roemenië een ander beschermingsbeleid voert dan Nederland.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt en dat er geen concreet bewijs is voor een reëel risico op indirect refoulement. Ook de pushbacks aan de Roemeense buitengrenzen zijn niet relevant voor zijn situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst erop dat eiser rechtsmiddelen in Roemenië had kunnen aanwenden en dat de opschorting van Dublin-overdrachten door Roemenië vanwege Oekraïense vluchtelingen niet relevant is voor het overdrachtsbesluit zelf. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.