Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 25 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
Overwegingen
20. De rechtbank zal een termijn van twee weken bepalen voor verweerder om nader te motiveren of uit terugkeer naar Syrië, terwijl geen internationale bescherming is verleend,
“individuele feiten en omstandigheden” (kunnen) blijken om af te wijken van het algemene uitgangspunt dat bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico bestaat op ernstige schade.
21. De rechtbank verzoekt verweerder hierbij aan te geven, indien hij de vorige vraag bevestigend beantwoord, of de duur van het verblijf in Syrië tussen vertrek uit Nederland en terugkeer naar Nederland relevant is. Verweerder lijkt zich in de onderhavige procedure op het standpunt te stellen dat indien eiseres eerder naar Nederland was teruggekeerd en haar verblijf in Syrië dus korter was geweest, niet zou zijn afgeweken van het algemene standpunt dat bij terugkeer een risico reëel risico bestaat op ernstige schade. Indien verweerder de duur van het verblijf in Syrië relevant acht, verzoekt de rechtbank verweerder kenbaar te maken welke criteria hij toepast en bij welke duur “een omslagpunt” ligt. Dergelijke criteria en hierop gebaseerd beleid dienen immers kenbaar te zijn voor derden. Enkel in die situatie kan de rechtbank het beleid op zichzelf en de toepassing hiervan in concrete zaken toetsen en zodoende waarborgen dat het verbod op willekeur niet wordt geschonden.
22. De rechtbank verzoekt verweerder in aanvulling hierop, ondanks dat dit niet besproken is ter zitting, een gemotiveerd standpunt in te nemen over de vraag of het toepassen van het beleid ten aanzien van eiseres, voor zover hiermee een uitzondering wordt gemaakt op het algemene uitgangspunt, evenredig is aan het voeren van dit beleid. Vast staat dat aan de man van eiseres internationale bescherming is verleend. Vast staat tevens dat twee kinderen van eiseres en haar man in Syrië verblijven in afwachting van de mogelijkheid om zich in Nederland bij eiseres en haar gezin te voegen. Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat de mogelijkheid om nareis te vragen na inwilliging van haar asielaanvraag beduidend sneller zal resulteren in gezinshereniging dan wanneer dit dient te geschieden op basis van een separate reguliere procedure. Gelet op het landenbeleid dat geldt ten aanzien van Syrië en gelet op het feit dat zeer voorzienbaar is dat de twee zeer jonge thans in Syrië verblijvende kinderen op enig moment in staat worden gesteld om zich te voegen bij eiseres en de overige in Nederland verblijvende gezinsleden, verzoekt de rechtbank verweerder expliciet in te gaan op de vraag of in het geval van eiseres het toepassen van de uitzondering op het beschermingsbeleid dat geldt ten aanzien van Syrië evenredig is aan het doel dat met deze afwijkingsbevoegdheid in zijn algemeenheid wordt nagestreefd.
vastgesteldzou kunnen worden besloten dat bescherming niet langer nodig is en een beëindiging van een internationale beschermingsstatus volgt en tegen welk besluit rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Dat alles is echter in de onderhavige procedure niet aan de orde. Hierbij heeft overigens te gelden dat eiseres terecht heeft gewezen op algemene landeninformatie waaruit blijkt dat de gevolgen bij terugkeer willekeurig lijken te zijn, zodat het ook bij het eerder verlenen van internationale bescherming een nadere motivering zal vereisen waarom tijdelijk terugkeren naar Syrië als indicatie mag worden betrokken bij de 3 EVRM risico-taxatie. Verweerder heeft met het verwijzen naar de toelichting op het beleid dat door een tijdelijke terugkeer “beter kan worden beoordeeld of uit feiten en omstandigheden blijkt of eiseres bescherming behoeft” in ieder geval geenszins overtuigend gemotiveerd dat ten aanzien van eiseres kan worden afgeweken van het algemene uitgangspunt dat bescherming wordt verleend.
in Syriëhebben voorgedaan en verweerder toepassing zou hebben gegeven aan zijn algemene uitgangspunt en niet zou hebben onderzocht of toepassing gegeven kan worden aan de uitzondering. Naar het oordeel van de rechtbank wijkt verweerder in zijn beleid op onjuiste gronden af van zijn algemene uitgangspunt dat vreemdelingen uit Syrië vanwege de algemene veiligheidssituatie bescherming behoeven. In de onderhavige procedure heeft verweerder niet afdoende gemotiveerd waarom aan eiseres niet zonder nadere inhoudelijke beoordeling bescherming op grond van het algemene uitgangspunt wordt verleend door te volstaan met de vaststelling dat eiseres geen actieve aanhangster is van het regime. Dat verweerder op dit punt heeft gewezen op de meest recente verduidelijking van de geformuleerde uitzondering in het beleid dat “hiervan
in het bijzondersprake is indien de vreemdeling na een eerder vertrek uit Syrië is teruggereisd naar Syrië” maakt de beoordeling van de rechtbank niet anders. Verweerder heeft namelijk geen andere omstandigheden benoemd op grond waarvan hij zal onderzoeken of er feiten en omstandigheden zijn om af te wijken van het algemene uitgangspunt dat behoudens actieve aanhangers van het regime alle Syrische vreemdelingen een 3 EVRM-risico bij terugkeer lopen. Zoals ook in de tussenuitspraak overwogen heeft te gelden dat indien verweerder beleid heeft vastgesteld dat wordt aangenomen dat bij terugkeer naar Syrië een risico reëel risico bestaat op ernstige schade, draagt verweerder de bewijslast dat de ook in het beleid geformuleerde uitzondering aan de orde is. Daargelaten dat de rechtbank niet vermag in te zien dat een eerder verblijf op het grondgebied van de Unie relevant is voor de beoordeling of terugkeer naar Syrië een 3 EVRM-risico met zich brengt, overweegt de rechtbank bovendien dat de bewijsdrempel voor verweerder om te onderbouwen dat een individuele vreemdeling geen reëel en voorzienbaar risico loopt aanzienlijk is. Dat een vreemdeling tijdens het tijdelijke verblijf in Syrië geen persoonlijke problemen heeft ondervonden en legaal is uitgereisd is in ieder geval onvoldoende. Bij Syrische vreemdelingen die na een eerste inreis verzoeken om internationale bescherming wordt dit immers ook niet tegengeworpen omdat hoe dan ook wordt aangenomen dat terugkeer een 3 EVRM-risico met zich brengt en dus bescherming moet worden geboden.
iedere vreemdeling uit Syriëindien hij geen actieve aanhanger is van het regime, in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw komt, om dan vervolgens aan
een individuele vreemdeling uit Syrië“tegen te werpen” dat deze vreemdeling geen persoonlijke problemen heeft ervaren en ook niet heeft ondervonden van de autoriteiten. De aanname van verweerder ziet er immers op dat ongeacht eerdere ervaringen in Syrië, terugkeer naar Syrië een 3 EVRM-risico behelst. De opmerking in het verweerschrift dat “verweerder in zijn beoordeling meeweegt dat eiseres heeft verklaard dat zij legaal is in- en uitgereisd, waarbij zij door de autoriteiten is gecontroleerd” acht de rechtbank dan ook niet relevant en kan ook het bestreden besluit niet onderbouwen. Gelet op deze algemene informatie ligt veeleer voor de hand dat eerder verblijf in de Unie hoe dan ook niet relevant is voor een actuele beoordeling van de beschermingsbehoefte en het dan ook niet relevant is of eerder verblijf rechtmatig is geweest en of de grondslag is gelegen in een eerder vastgestelde beschermingsbehoefte.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van de asielaanvraag;
- laat het besluit in stand voor zover hierbij een reguliere vergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro wordt verleend met ingang van 25 november 2020, geldig tot 25 november 2025;
- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van