Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
nietgeldt als onder andere uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade. Hiervan is in het bijzonder sprake indien de vreemdeling na een eerder vertrek uit Syrië is teruggereisd naar Syrië. Verweerder stelt zich op het standpunt dat dit bij eiser het geval is. Eiser heeft vrijwillig en weloverwogen de keuze gemaakt om terug te keren naar zijn hand van herkomst. Verder heeft eiser niet verklaard, en is bovendien ook niet gebleken, dat hij persoonlijke problemen heeft ondervonden tijdens zijn verblijf in Syrië, aldus verweerder. Bovendien heeft eiser in 2019 zijn paspoort laten vernieuwen en heeft hij daarbij geen problemen ondervonden. Verweerder heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw. [2]
De beoordeling van de beroepsgronden
indicatiekan vormen waaruit zou kunnen blijken dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade. Hoewel het volgens het beleid gaat om een bijzondere indicatie, volgt uit de bewoordingen van het beleid uitdrukkelijk dat het zich enkel voordoen van die omstandigheid niet toereikend is voor de conclusie dat de vreemdeling geen risico (meer) loopt op ernstige schade. Daar komt bij dat verweerder in IB 2023/19 [20] eveneens heeft opgenomen dat aan de hand van individuele feiten en omstandigheden kan worden geconcludeerd dat een vreemdeling niet langer een risico loopt op ernstige schade bij terugkeer en dat bij een individuele toetsing een aantal factoren in ieder geval relevant kunnen zijn. De daargenoemde factoren zijn in het geval van eiser door verweerder echter onvoldoende onderzocht en onvoldoende betrokken in het bestreden besluit. Zo heeft verweerder eiser niet bevraagd naar de reden voor eisers terugkeer naar Syrië, of de in-en uitreis legaal en zonder noemenswaardige problemen via een officiële grensdoorlaatpost geschiedde, of gebruik is gemaakt van officiële Syrische documenten, of sprake was van omkoping, bij wie, waar en onder welke omstandigheden eiser verbleef tijdens het verblijf in Syrië na terugkeer, of eiser traceerbaar was voor de Syrische autoriteiten, de bejegening die eiser heeft ondervonden bij of na terugkeer met name van de zijde van de Syrische autoriteiten, of sprake was van een ziekenhuisbezoek, werk of inschrijving op een school of universiteit, wat de reden was voor het laatste vertrek uit Syrië en mogelijke aanvullende factoren die relevant zijn voor de beoordeling.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 28 juni 2023;
- draagt verweerder op opnieuw op de aanvraag van eiser te beslissen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,-.