ECLI:NL:RBDHA:2022:13797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningsplicht omzetten koopwoning uit duur segment buiten toepassing verklaard
Eisers zijn eigenaar van een pand dat zij verkamerd hebben verkregen en vroegen een omzettingsvergunning om het pand om te zetten naar onzelfstandige woonruimten. Het college weigerde de vergunning op grond van de Huisvestingsverordening 2019 en 2020 vanwege de afstandsregel en de vergunningplicht voor alle zelfstandige woonruimten.
Eisers voerden aan dat de vergunningsplicht niet rechtsgeldig is toegepast op hun pand omdat het een koopwoning uit het duurste segment betreft en omdat er sprake is van een bestaande legale situatie zonder overgangsrecht. De rechtbank toetste de vergunningplicht aan hogere regelgeving en vond dat de vergunningplicht voor het duurste segment onvoldoende is onderbouwd en dat het college geen rekening hield met bestaande legale situaties.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel en dat het college bij hernieuwde beoordeling rekening moet houden met deze uitspraak. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omzettingsvergunning wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.