ECLI:NL:RVS:2022:3008
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes voor onttrekking woningen aan woonruimtevoorraad door toeristische verhuur in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant drie bestuurlijke boetes op van elk €20.500 wegens het onttrekken van drie woningen aan de woonruimtevoorraad door toeristische verhuur via Airbnb. Appellant voerde onder meer aan dat de woningen onrechtmatig waren doorzocht, dat er geen sprake was van onttrekking omdat de verhuur incidenteel was, en dat de vergunningplicht onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat het huisrecht van appellant niet is geschonden, omdat hij niet in de woningen woonde en het doorzoeken het huisrecht van de huurders zou kunnen schaden. De Afdeling bevestigt dat ook incidentele toeristische verhuur leidt tot onttrekking aan de woonruimtevoorraad.
Verder is de vergunningplicht voor het onttrekken van woningen aan de woonruimtevoorraad, ook in hogere prijsklassen en de gehele gemeente, rechtmatig en noodzakelijk vanwege de schaarste op de Amsterdamse woningmarkt. De boetes behoeven geen matiging, omdat sprake is van ernstige overtredingen met professioneel verhuurbedrijf en hotelmatige exploitatie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes van €61.500,- voor onttrekking van woningen aan de woonruimtevoorraad door toeristische verhuur en wijst het hoger beroep af.