ECLI:NL:RBDHA:2022:14521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet tijdig besluit en dwangsom asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van november 2021. Verweerder verleende uiteindelijk een verblijfsvergunning in augustus 2022, waarna eiser het beroep handhaafde. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat het belang daarvoor is komen te vervallen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de wettelijke beslistermijn had overschreden en veroordeelde hem tot betaling van proceskosten aan eiser. Daarnaast richtte het beroep zich op het besluit zelf, waarbij eiser stelde dat verweerder onterecht geen bestuurlijke dwangsom had uitgekeerd.
De rechtbank overwoog dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is en dat de uitsluiting van dwangsommen niet in strijd is met Unierechtelijke beginselen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen het besluit ongegrond en wees het verzoek tot dwangsom af.
De uitspraak werd gedaan door rechter J. Schaaf en griffier M.J.J. Roks. Partijen werden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit wettelijk niet vereist was.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit ongegrond en verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten.