ECLI:NL:RBDHA:2022:14522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen en dwangsommen bij asielaanvragen afgewezen
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van september 2021. Nadat verweerder alsnog op 11 juli 2022 de aanvragen heeft ingewilligd en verblijfsvergunningen heeft verleend, hebben eisers het beroep gehandhaafd. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het belang is komen te vervallen door de alsnog genomen besluiten.
Daarnaast richt het beroep zich tegen het niet uitkeren van bestuurlijke dwangsommen. Verweerder beroept zich op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die bepaalt dat geen dwangsommen verschuldigd zijn bij overschrijding van beslistermijnen voor asielaanvragen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit standpunt bevestigd als verenigbaar met het Unierecht.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de besluiten ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €379,50 wegens overschrijding van de beslistermijn. De zaak wordt als licht van gewicht beoordeeld, en de proceskostenvergoeding wordt aan de rechtsbijstandverlener toegekend.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, beroep tegen besluiten ongegrond, proceskostenvergoeding toegekend.