ECLI:NL:RBDHA:2022:14592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep grootmoeder en kleinkinderen tegen overdracht aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Somalische grootmoeder, en haar twee minderjarige kleinkinderen vroegen asiel in Nederland, maar hun aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiseres betoogde dat Frankrijk niet aan zijn verplichtingen voldoet en dat terugkeer een schending van hun rechten zou betekenen, mede vanwege opvangproblemen en medische noodzaak.
De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Eiseres slaagde er niet in met concrete en onderbouwde aanwijzingen aannemelijk te maken dat zij en haar kleinkinderen bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met het EVRM of het Handvest.
Ook de door eiseres aangevoerde opvangproblematiek in Frankrijk, waaronder het AIDA-rapport van april 2022, bood onvoldoende grond voor een andere conclusie. De belangen van de kinderen zijn volgens de rechtbank voldoende betrokken bij het besluit, waarbij de medische en psychische problematiek niet concreet is onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard en de belangen van de kinderen zijn voldoende betrokken.