ECLI:NL:RBDHA:2022:14594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat BPM-heffing op basis van WLTP-methode leidt tot verboden discriminatie volgens artikel 110 VWEU
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen twee naheffingsaanslagen BPM voor een Renault Captur en een Opel Mokka X, waarbij verweerder de CO2-uitstoot had vastgesteld volgens de WLTP-methode (NEDC 2), wat leidde tot hogere belasting dan bij vergelijkbare auto's die volgens de oudere NEDC 1-methode waren geregistreerd.
De rechtbank stelt vast dat de BPM een binnenlandse belasting is die aan artikel 110 VWEU Pro moet voldoen en dat ingevoerde auto's niet zwaarder belast mogen worden dan gelijksoortige binnenlandse producten. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat gelijksoortige auto's met vergelijkbare datum eerste toelating en technische kenmerken op de Nederlandse markt tegen lagere BPM zijn geregistreerd op basis van de NEDC 1-methode.
Verweerder heeft aangevoerd dat verschillen in uitvoering en typegoedkeuringsnummer tot geen gelijksoortigheid leiden, maar de rechtbank oordeelt dat deze factoren niet uitsluiten dat sprake is van concurrentieverhouding en gelijksoortigheid. De rechtbank concludeert dat de BPM-heffing op basis van WLTP leidt tot een verboden discriminatie en beveelt verweerder om de aanslagen opnieuw te beoordelen met lagere CO2-waarden.
Daarnaast wijst de rechtbank een vergoeding toe voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter E. Kouwenhoven op 3 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen BPM en beveelt hernieuwde uitspraak op bezwaar met lagere CO2-uitstootwaarden conform NEDC 1-methode.