ECLI:NL:RBDHA:2022:14779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet-inbehandelingneming asielaanvraag op grond van Dublinverordening Roemenië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege slechte behandeling en detentie in Roemenië, onder meer gebaseerd op persoonlijke ervaringen en het AIDA rapport 2021.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in principe geldt, tenzij aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van systeemfouten die leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de detentie en asielprocedure in Roemenië onrechtmatig zijn of dat er sprake is van structurele tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel uitsluiten.
Ook de verwijzingen naar pushbacks en de situatie van Oekraïense vluchtelingen leiden niet tot een ander oordeel, omdat eiser geen bewijs heeft geleverd dat hij daardoor wordt benadeeld. De rechtbank volgt de eerdere jurisprudentie en concludeert dat de situatie in Roemenië geen reden is om de asielaanvraag in Nederland in behandeling te nemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inbehandelingneming van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.