Uitspraak
absoluutin de weg staan aan overdracht aan deze lidstaat?
artikel 105 van Pro het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitiete behandelen om de navolgende reden.
allelidstaten
te allen tijde allegrondrechten eerbiedigen en de naleving ten aanzien van
eeniederwaarborgen.
indicated the existence of a systemic practice of misrepresenting the statements given by asylum-seekers in the official notes drafted by the officers of the Border Guard(…)”. Het EHRM benoemt in de uitspraak in de zaak M.H. and Others v. Croatia ook de pogingen van de Kroatische autoriteiten om het rapporteren over mensenrechtenschendingen en pushbacks te verhinderen en te frustreren. De rechtbank merkt op dat de Kroatische Ombudsvrouw meermalen heeft gerapporteerd dat de Kroatische autoriteiten haar verhinderen haar mandaat uit te oefenen. Het EHRM heeft dit ook benoemd en daarbij tevens vermeld dat de Kroatische Ombudsvrouw op grond van het Facultatief Protocol behorende bij het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing is aangemerkt als “National Prevention Mechanism [27] en bovendien de enige onafhankelijke instantie is om klachten over de politie te onderzoeken en beoordelen.
to guarantee that [ ] is not removed from Greece” kennelijk ziet op het verbieden van een pushback [30] . Uit de hiervoor aangehaalde bronnen blijkt dat door de Kroatische autoriteiten bij deze pushbacks geweld gebruikt wordt tegen derdelanders. De rechtbank stelt derhalve vast dat uit objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens en afgemeten aan het beschermingscriterium van de door het Unierecht gewaarborgde grondrechten blijkt dat Kroatië stelselmatig en reeds gedurende meerdere jaren meerdere grondrechten van derdelanders schendt.
Wat “de behandeling van personen” betreft die onder deze verordening vallen, de lidstaten gebonden zijn aan hun verplichtingen op grond van instrumenten van internationaal recht, waaronder de desbetreffende jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens”. Ook deze bepaling duidt er op dat de verplichtingen om de grondrechten te eerbiedigen ontstaan zodra de derdelander in de (rechts)macht van de lidstaten komt, dus ook in de territoriale wateren en in grens- en transitzones, en niet eerst nadat de derdelander het grondgebied van de Unie is ingereisd. Een andere uitleg van het Unierecht, waarin verplichtingen voor de lidstaten eerst ontstaan na inreis, doet afbreuk aan het nuttig effect van de bescherming die het Handvest en artikel 3, lid 1, Dublinverordening bieden. Een lidstaat kan dan immers zijn verantwoordelijkheid jegens de derdelander eenvoudigweg ontlopen door feitelijk te verhinderen dat de derdelander inreist.
absoluutin de weg staan aan overdracht aan deze lidstaat?
- verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de hierboven onder rechtsoverweging 53 geformuleerde vragen;
- schorst de behandeling van het beroep in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie en houdt iedere verdere beslissing aan.