Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 december 2022 in de zaak tussen
[naam 1] , eiser 1 (hoofdpersoon),
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- De vreemdeling is in ieder geval beschikbaar geweest voor vertrek, indien de daadwerkelijke verblijfplaats van de vreemdeling bekend was bij de IND, DT&V, COA of AVIM, tenzij de vreemdeling op enig moment met onbekende bestemming is vertrokken. Het vertrek met onbekende bestemming wordt niet tegengeworpen indien de vreemdeling binnen drie maanden weer in beeld is gekomen (paragraaf B9/6.5, onder c, van de Vc 2000).
- De daadwerkelijke verblijfsplaats is in ieder geval bekend als de vreemdeling verbleef in een opvanglocatie bij wege van de Rijksoverheid (zie paragraaf B9/6.4, onder c, van de Vc 2000).
- Vertrek met onbekende bestemming kan onder meer aan de hand van een model
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-.