Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 23 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel stelde hij beroep in, dat tevens werd aangemerkt als verzoek om schadevergoeding.
De maatregel bewaring werd op 5 september 2022 opgeheven. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest en of eiser recht had op schadevergoeding. Eiser stelde dat de overdracht aan Frankrijk, als concrete uitzettingshandeling, te laat had plaatsgevonden en dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld.
De rechtbank oordeelde dat de overdracht binnen de wettelijke termijn van zes weken had plaatsgevonden en dat eiser niet daadwerkelijk in de macht van verweerder was zolang hij in het opvangcentrum verbleef, omdat hij vrij was het centrum te verlaten. De verplichting tot voortvarend handelen begon pas bij inbewaringstelling. Verweerder had binnen vier dagen de eerste uitzettingshandeling verricht door een vertrekgesprek te voeren en een vlucht aan te vragen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra op 12 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.