Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser 1], eiser 1,
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Zijn de voorzieningen een dag te vroeg stopgezet?
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Rechtbank Den Haag
Eisers, minderjarige vreemdelingen met de Surinaamse nationaliteit, verbleven sinds 2019 in Nederland en waren onder toezicht gesteld tot december 2021. Hun aanvragen voor verblijfsvergunningen werden afgewezen, waarna zij een aanvraag deden voor een uitkering op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) voor januari 2022. Verweerder kende uitkering toe tot en met 25 januari 2022, maar wees de aanvraag voor de periode daarna af vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.
Eisers stelden dat het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) later was verzonden dan de datum op het besluit, maar slaagden er niet in dit aannemelijk te maken. De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht afgaan op de datum vermeld op het besluit. Tevens voerden eisers aan dat het stopzetten van verstrekkingen in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en artikel 12 IVRK Pro, maar de rechtbank stelde dat de zorgplicht op de Nederlandse Staat rust en niet op verweerder.
Ten slotte werd een argument over het niet ontvangen van een voornemen ter zitting verworpen wegens gebrek aan onderbouwing en te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van verstrekkingen op grond van de Rvb wordt ongegrond verklaard.