ECLI:NL:RBDHA:2022:180
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken bijzondere afhankelijkheid tussen ouder en meerderjarige zoon
Eiseres, een staatloze vrouw, verzocht om een machtiging voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon, zoals vereist onder artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtbank overwoog dat de zoon op het moment van de aanvraag 30 jaar oud was en al zelfstandig in Nederland verbleef. Hoewel eiseres stelde dat zij afhankelijk was van haar zoon vanwege medische problemen en het overlijden van haar echtgenoot, was dit niet met objectief bewijs onderbouwd. De financiële ondersteuning door de zoon werd als gebruikelijk beschouwd en de gestelde emotionele afhankelijkheid volstond niet.
Verder wees de rechtbank erop dat de richtlijn inzake gezinshereniging niet tot rechten voor eiseres leidt omdat zij niet tot het kerngezin van haar zoon behoort. Ook het beroep op het arrest Tanda-Muzinga van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens faalde omdat geen bijzondere afhankelijkheid was vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter Sinack en griffier Spruijt op 11 januari 2022 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van bijzondere afhankelijkheid tussen eiseres en haar meerderjarige zoon.