ECLI:NL:RBDHA:2022:2117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van maatregelen en bijzondere bijstand bij niet-naleving re-integratieverplichtingen
Eiser ontving een bijstandsuitkering en werd meerdere malen uitgenodigd voor gesprekken over zijn re-integratietraject, waarbij hij niet is verschenen. Verweerder legde hierop verschillende verlagingen van de bijstand op. Tevens werden aanvragen om bijzondere bijstand voor huurkosten afgewezen. Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank stelde vast dat eiser verwijtbaar onvoldoende medewerking heeft verleend aan de re-integratieverplichtingen door niet te verschijnen op de gesprekken. Dit rechtvaardigde de opgelegde maatregelen conform de Participatiewet en de gemeentelijke verordening. De rechtbank oordeelde dat het niet meewerken aan de gesprekken een maatregelwaardige gedraging is en dat de verlagingen van de bijstand correct zijn toegepast.
Daarnaast wees de rechtbank de aanvragen om bijzondere bijstand voor huurkosten af, omdat deze kosten worden gezien als algemene noodzakelijke kosten die uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan. De rechtbank constateerde dat verweerder de bezwaarschriften terecht ongegrond heeft verklaard en dat geen dringende redenen voor bijzondere bijstand waren aangetoond. De rechtbank oordeelde ook dat verweerder het griffierecht aan eiser moet vergoeden vanwege een procedureel gebrek, maar dat dit geen invloed heeft op de inhoudelijke beslissing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de verlaging van de bijstand en afwijzing van bijzondere bijstand.