ECLI:NL:RBDHA:2022:2696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens onvoldoende motivering belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres, een Zuid-Afrikaanse vrouw gehuwd met een Nederlandse referent, vroeg een verblijfsvergunning regulier aan voor verblijf als familie- of gezinslid. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Tevens stelde verweerder dat uitzetting niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat er geen beschermenswaardig familieleven bestond tussen eiseres en haar kleindochter.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet deugdelijk had gemotiveerd en onvoldoende had voorbereid. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met de financiële situatie van eiseres en referent, de feitelijke omstandigheden rondom het gezinsleven in Nederland en de moeilijke situatie in Ethiopië en Zuid-Afrika. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom er geen beschermenswaardig familieleven zou bestaan tussen eiseres en haar kleindochter.
Daarnaast had verweerder ten onrechte nagelaten eiseres te horen in de bezwaarprocedure, terwijl dit gezien de complexiteit van de zaak wel had moeten gebeuren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuwe beslissing te nemen met een zorgvuldige belangenafweging en motivering. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en hoorplicht, met opdracht tot een nieuwe beslissing.