ECLI:NL:RBDHA:2022:2791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring na intrekking asielberoep
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 24 januari 2022 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na intrekking van zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag op 11 maart 2022, werd de oorspronkelijke maatregel opgeheven en een nieuwe maatregel opgelegd. De rechtbank toetste of de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring tot het moment van het eerdere onderzoek rechtmatig was. De kern van het geschil betrof de periode vanaf 11 maart 2022 tot 16 maart 2022, waarin verweerder naliet de grondslag van de bewaring tijdig te wijzigen. Jurisprudentie vereist dat een wijziging binnen twee kalenderdagen plaatsvindt, ongeacht weekdagen.
Omdat verweerder pas op 16 maart 2022 een nieuwe maatregel oplegde, handelde hij onvoldoende voortvarend. Dit leidde tot vier dagen onrechtmatige vrijheidsbeneming. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding van €400 toe en veroordeelde de Staat tevens tot betaling van de proceskosten van €759. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 400 schadevergoeding wegens vier dagen onrechtmatige bewaring en € 759 proceskosten.