ECLI:NL:RBDHA:2022:2968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens toepassing algemene afwijzingsgronden en beleidsregels
Eiseres, dakloos en verblijvend bij kennissen, diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring op medische gronden. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af op basis van meerdere algemene afwijzingsgronden uit artikel 4:5 van Pro de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019.
Eiseres voerde aan dat de Beleidsregels onverbindend zijn omdat het college niet bevoegd zou zijn deze vast te stellen en dat de hardheidsclausule ten onrechte niet werd toegepast. De rechtbank oordeelde dat het college wel beoordelingsruimte heeft en dat de Beleidsregels een redelijke concretisering vormen van deze ruimte, niet strijdig met hogere regelgeving of rechtsbeginselen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres dakloos is en dat voor haar een andere voorziening bestaat, namelijk het Daklozenloket, waardoor de beleidsregel terecht werd toegepast. De overige afwijzingsgronden behoefden geen bespreking. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat toepassing van de beleidsregel in haar geval onredelijk zou zijn.
Daarmee was het beroep ongegrond en werd de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en de afwijzing bevestigd.