ECLI:NL:RBDHA:2022:3677
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd voor onvoldoende valbeveiliging bij werkzaamheden op schuin dak
Op 15 juli 2019 viel een werknemer circa 6 meter van het dak tijdens het plaatsen van lichtplaten op een schuur. De werkgever (eiseres) kreeg een boete van €7.200 opgelegd wegens overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet in samenhang met artikel 3.16, eerste lid, van het Arbobesluit, omdat er geen veilige voorzieningen waren getroffen om valgevaar te voorkomen.
Eiseres stelde dat de werkzaamheden veilig konden worden uitgevoerd vanuit een hoogwerker, waarvan het leuningwerk aan alle eisen voldeed, en dat valbeveiliging daarom niet verplicht was. De rechtbank oordeelde echter dat de werknemer werkzaamheden vanaf het dak verrichtte en dat de hoogwerker in die situatie geen doelmatige voorziening was. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres een veilige werkwijze had ontwikkeld of dat instructies en toezicht adequaat waren.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar geen verwijt viel te maken en dat de boete in overeenstemming was met de Beleidsregels en het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van €7.200 wegens onvoldoende valbeveiliging.