ECLI:NL:RBDHA:2022:3822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij beoordeling geloofwaardigheid bekering in asielprocedure
Eiser, een Iraanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van zijn bekering tot het christendom en deelname aan demonstraties in Iran. De Staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering.
Eiser overlegde diverse documenten ter onderbouwing, waaronder een doopakte, geloofsgetuigenissen en een rapport van Stichting Gave. De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de verklaringen over de drie beoordelingsaspecten van bekering (motieven en proces, kennis van het geloof, activiteiten) niet overtuigend zijn.
Daarnaast heeft de Staatssecretaris onvoldoende ingegaan op het rapport van Stichting Gave en de persoonlijke omstandigheden van eiser. De rechtbank beveelt een nieuwe, integrale geloofwaardigheidsbeoordeling aan en stelt een termijn voor herstel van het motiveringsgebrek vast.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en neemt nog geen standpunt in over de overige geschilpunten of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in de beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering en gelast een nieuwe integrale beoordeling door de Staatssecretaris.