ECLI:NL:RBDHA:2022:4537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onzorgvuldig vermogensonderzoek
Eiser ontving bijstand waarvan het recht later werd herzien en ingetrokken wegens overschrijding van de vermogensgrens. Verweerder stelde op grond van onderzoek dat eiser inkomsten had ontvangen die niet waren gemeld, waardoor de bijstand vanaf september 2013 werd ingetrokken en teruggevorderd.
Eiser voerde aan dat de intrekking onjuist was vastgesteld en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn actuele vermogen op het moment van overschrijding. De rechtbank oordeelde dat de intrekking ten onrechte werd vastgesteld op 1 september 2013 in plaats van 23 september 2013, de datum van de daadwerkelijke vermogensoverschrijding.
Verder was het onderzoek naar het vermogen onzorgvuldig omdat verweerder niet heeft gevraagd om een overzicht van bezittingen en schulden op die datum. De rechtbank vernietigde daarom het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen, waarbij het actuele vermogen zorgvuldig moet worden vastgesteld. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek en onjuiste ingangsdatum intrekking.