ECLI:NL:RBDHA:2022:4581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boetes voor tewerkstelling vreemdelingen zonder vergunning bevestigd door rechtbank
Eisers kregen boetes opgelegd wegens het tewerkstellen van vier vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. De boetes bedroegen respectievelijk €24.000,- voor eiseres en €12.000,- voor eiser. Eisers voerden aan niet als werkgevers te kunnen worden aangemerkt omdat zij geen gezag uitoefenden, geen instructies gaven, geen loon uitbetaalden en niet wisten dat vreemdelingen werkten.
De rechtbank oordeelde dat het begrip werkgever in de Wet arbeid vreemdelingen ruim wordt geïnterpreteerd en dat het feitelijk mogelijk maken van arbeid al voldoende is. Eisers hadden niet gecontroleerd of de vreemdelingen over vergunningen beschikten, wat hun verantwoordelijkheid was. De boetes zijn vastgesteld volgens beleidsregels en worden als evenredig beschouwd.
Verwijtbaarheid ontbrak niet omdat eisers niet hadden nagegaan of aan de Wav-voorschriften werd voldaan. Ook het argument van marginale arbeid of een vermeende verblijfsvergunning faalde. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de boetes bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boetes voor het tewerkstellen van vreemdelingen zonder vergunning en verklaart de beroepen ongegrond.