ECLI:NL:RBDHA:2022:4888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schending inlichtingenplicht en terugvordering Participatiewet-uitkering
Eiseres ontving bijstand en werkte daarnaast als alfahulp en met een persoonsgebonden budget (pgb). Verweerder beëindigde haar uitkering en reviseerde de uitkering over 2015-2018 vanwege niet gemelde inkomsten uit alimentatie en pgb. Eiseres stelde dat zij aan haar inlichtingenplicht had voldaan via bankafschriften en dat kinderalimentatie niet opgegeven hoefde te worden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres expliciet en onverwijld melding had moeten maken van deze inkomsten en dat het enkele overleggen van bankafschriften onvoldoende was. Ook kon eiseres niet afgaan op de Belastingdienst, omdat de Participatiewet een ander toetsingskader kent. De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht de terugvordering baseerde op bruto-inkomsten, omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over netto-inkomsten.
Verder faalde het beroep van eiseres op de zes-maandenjurisprudentie en op dringende sociale of financiële redenen om terugvordering te matigen. De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.