ECLI:NL:CRVB:2016:320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand zelfstandige zonder dringende redenen
Appellant ontving vanaf 27 juli 2009 bijstand als beëindigende zelfstandige in de vorm van een renteloze lening. Het college beëindigde de bijstand per 26 juli 2010 en vorderde kosten terug over de periode 27 juli 2009 tot 1 juli 2010, omdat appellant zijn bedrijfsactiviteiten niet tijdig beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat vanwege zijn hoge schuldenlast, medische beperkingen en leeftijd dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien. Hij stelde dat terugvordering zijn gezondheid en financiële situatie zou verslechteren.
De Raad oordeelde dat appellant zich niet aan de voorwaarden had gehouden en het college op grond van de wet verplicht was terug te vorderen. Dringende redenen kunnen alleen bestaan in bijzondere, uitzonderlijke gevallen, wat appellant niet aannemelijk maakte. Zijn medische situatie en financiële problemen waren onvoldoende om van terugvordering af te zien.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om hiervan af te zien.