ECLI:NL:RBDHA:2022:5936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet voldoen aan leeftijdsvereiste voor machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers, allen Syrische nationaliteit, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij hun broer en zoon, de referent, te verblijven die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bezit. Verweerder wees de aanvragen af omdat de referent bij het indienen van de aanvraag 20 jaar was, en daarmee niet als alleenstaande minderjarige kwalificeert onder artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eisers voerden aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld en onvoldoende rekening had gehouden met de gezinsband en belangen van het kind, en dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Tevens werd gesteld dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat de referent terecht als meerderjarig was aangemerkt en dat eisers daarom niet tot de categorie behoorden die onder artikel 29, tweede lid, vallen.
Verweerder had terecht gewezen op de reguliere gezinsherenigingsprocedure, waarbij de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro kan worden gemaakt. De rechtbank vond dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot twijfel over de meerderjarigheid van de referent. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees eisers geen proceskosten toe. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier R. Kroes op 31 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard omdat de referent meerderjarig was bij aanvraag en de reguliere gezinsherenigingsprocedure gevolgd moet worden.