ECLI:NL:RVS:2022:995
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vaststelling leeftijdsvereiste bij opvolgende mvv-aanvraag in kader nareis
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank die de afwijzing van machtigingen tot voorlopig verblijf voor Eritrese vreemdelingen vernietigde. De vreemdelingen wilden verblijf bij hun minderjarige referent, die inmiddels meerderjarig was geworden. De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat de referent op het moment van indiening meerderjarig was en daardoor niet voldeed aan het leeftijdsvereiste voor nareis.
De rechtbank had de rechtspraak over verschoonbaarheid van termijnoverschrijding bij eerste mvv-aanvragen analoog toegepast en geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet aan de referent te wijten was. De staatssecretaris stelde echter dat deze analogie niet passend was voor opvolgende aanvragen en dat het peilmoment voor het leeftijdsvereiste het moment van indiening van de opvolgende aanvraag is.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de staatssecretaris en oordeelt dat bij opvolgende mvv-aanvragen het leeftijdsvereiste strikt moet worden toegepast op het moment van indiening. De referent was op dat moment meerderjarig, waardoor de aanvraag in het kader van nareis niet mogelijk was en een reguliere gezinsherenigingsaanvraag moest worden ingediend. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd; het beroep wordt ongegrond verklaard.