Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 16 juni 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte dat het aanvullend terugkeerbesluit van 16 juni 2022 een geldige grondslag vormt voor de maatregel, omdat dit besluit alleen verwijst naar een terugkeerbesluit van 23 mei 2018, terwijl een eerder terugkeerbesluit van 26 maart 2015 nog van kracht zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat het terugkeerbesluit van 26 maart 2015 nog steeds geldt en samen met het aanvullend terugkeerbesluit van 16 juni 2022 een voldoende basis vormt voor de bewaring. De verwijzing in het aanvullend terugkeerbesluit naar het besluit van 23 mei 2018 wordt gezien als een kennelijke verschrijving. Daarnaast is het risico dat eiser zich aan het toezicht onttrekt en de uitzettingsprocedure belemmert voldoende onderbouwd.
Eiser voerde verder aan dat het detentiecentrum te Rotterdam niet voldoet aan de eisen van een 'speciale inrichting van bewaring' zoals bedoeld in de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat het DTC Rotterdam wel aan deze eisen voldoet en dat de detentieomstandigheden niet onrechtmatig zijn. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.