ECLI:NL:RVS:2023:658
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel en dwangsom
De vreemdelingen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft op 5 augustus 2022 het beroep deels gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit en de staatssecretaris opgedragen binnen zestien weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van € 100 per dag tot maximaal € 7.500 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Zowel de vreemdelingen als de staatssecretaris stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de ingebrachte rechtsvragen reeds eerder zijn beantwoord in eerdere uitspraken en dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat die een andere beoordeling rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Raad van State de hoger beroepen ongegrond en bevestigde het de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen ten bedrage van € 837,00.
De uitspraak onderstreept het belang van tijdige besluitvorming door de overheid en bevestigt de mogelijkheid om dwangsommen op te leggen bij overschrijding van wettelijke termijnen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.