ECLI:NL:RBDHA:2022:8225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oplegging last onder dwangsom en bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte en strijdig gebruik bestemmingsplan
Eiseres kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opgelegd wegens het onttrekken van woonruimte zonder vergunning en het gebruik van de woning in strijd met het bestemmingsplan. Inspecteurs troffen in februari 2020 twee personen aan die de woning slechts tijdelijk voor werk gebruikten, zonder inschrijving in de Basisregistratie Personen, wat volgens verweerder duidt op logies en niet op wonen.
Eiseres voerde aan dat er sprake was van een reguliere huurovereenkomst van zes maanden, die echter tijdig was opgezegd, en dat het verblijf van de huurders korter was dan oorspronkelijk bedoeld. Zij stelde dat het gebruik van de woning niet als logies aangemerkt mocht worden en dat de boete onterecht was vastgesteld op het hogere tarief voor bedrijfsmatige exploitatie.
De rechtbank oordeelde dat het begrip 'wonen' moet worden geïnterpreteerd aan de hand van het normale spraakgebruik en dat de feiten wezen op een tijdelijk verblijf zonder duurzame binding met de woonomgeving. De huurovereenkomst en opzegging gaven geen doorslag. De rechtbank vond dat verweerder terecht een last onder dwangsom en bestuurlijke boete had opgelegd en dat de hoogte van de boete juist was vastgesteld vanwege het bedrijfsmatige karakter van de exploitatie. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard.