ECLI:NL:RVS:2021:2236
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onrechtmatige onderverhuur en woningonttrekking
De eigenaar van een woning te Amsterdam kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het onrechtmatig onttrekken van de woning aan de bestemming tot bewoning door onderverhuur van twee slaapkamers. Toezichthouders constateerden tijdens een huisbezoek dat naast de huurder nog twee personen aanwezig waren die niet als hoofdverblijf in de Basisregistratie Personen stonden ingeschreven. De huurder verhuurde de slaapkamers kortdurend via een bedrijf, zonder huurcontracten, en de eigenaar was hiervan op de hoogte.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond en de Raad van State bevestigde dit in hoger beroep. De eigenaar voerde aan dat hij niet wist van de onderverhuur en dat de boete disproportioneel was. De Raad oordeelde dat de eigenaar onvoldoende toezicht hield en niet aannemelijk maakte dat hij niet wist of kon weten van de overtreding. De boete was niet onredelijk hoog gezien de ernst en de bedrijfsmatige exploitatie van de onderverhuur.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat sprake was van een overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet en artikel 3.1.2 van de Huisvestingsverordening Amsterdam. De boete werd niet gematigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van € 20.500,- wordt bevestigd.