ECLI:NL:RBDHA:2022:8928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende onderzoek familieleven en afgeleid verblijfsrecht
Eiseres ontving op 16 november 2021 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen wegens onrechtmatig verblijf in Nederland. Zij stelde dat zij rechtmatig verblijf had op basis van haar relatie met een partner met een Nederlandse dochter en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar familieleven en het mogelijke afgeleid verblijfsrecht.
Tijdens de zitting gaf eiseres aan dat haar partner en stiefdochter aanwezig waren bij het gehoor, maar dit was niet vermeld in het proces-verbaal. De rechtbank verzocht verweerder om een aanvullend proces-verbaal, maar verweerder stuurde geen volledig antwoord, waardoor onduidelijk bleef of de stiefdochter aanwezig was. De rechtbank ging ervan uit dat zij aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder had moeten doorvragen naar de nationaliteit en zorgrelatie met de stiefdochter, wat niet was gebeurd. Hierdoor was het gehoor te beperkt om te beoordelen of er een afgeleid verblijfsrecht bestond. Het besluit was daardoor niet zorgvuldig voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het terugkeerbesluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het familieleven en afgeleid verblijfsrecht van eiseres.