ECLI:NL:RVS:2021:1360
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende onderzoek afgeleid verblijfsrecht
De vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit werd door de staatssecretaris opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn mogelijke afgeleid verblijfsrecht op grond van het Unierecht, zoals bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling tijdens het gehoor verklaarde drie kinderen en een vrouw in Nederland te hebben, maar dat de staatssecretaris niet doorvroeg naar de nationaliteit van de kinderen en de zorgverhouding. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of er voldoende concrete aanknopingspunten waren voor een afgeleid verblijfsrecht. De voorbereiding van het terugkeerbesluit was daardoor niet zorgvuldig en het besluit onvoldoende gemotiveerd.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en het terugkeerbesluit van 2 juni 2020. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar afgeleid verblijfsrecht en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.