ECLI:NL:RBDHA:2022:9116
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering opheffing inreisverbod terbeschikkinggestelde met tbs-maatregel
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd gekregen vanwege een strafrechtelijke maatregel (tbs met dwangverpleging). Hij verzocht om opheffing van dit inreisverbod, omdat hij niet aan de vereiste voorwaarden voldeed, zoals het ononderbroken verblijf buiten de EU voor ten minste de helft van de duur van het verbod.
De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat geen bijzondere omstandigheden waren die opheffing rechtvaardigen en dat het inreisverbod geen schending van het EVRM oplevert. Eiser betoogde dat het inreisverbod in combinatie met het ontbreken van behandelmogelijkheden in Marokko leidt tot een uitzichtloze situatie, waardoor het in strijd is met artikel 3, 5 en 8 EVRM.
De rechtbank oordeelde dat eiser nog niet in het stadium van zijn behandeling is waarin verlof aan de orde is en dat er geen uitzichtloze situatie bestaat. De rechtbank erkent dat in sommige gevallen een patstelling kan ontstaan tussen vreemdelingenrecht en strafrecht, maar acht dit in deze zaak niet van toepassing. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank benadrukt dat het handhaven van het inreisverbod niet in strijd is met het EVRM en dat toekomstige positieve behandelresultaten mogelijk repatriëring kunnen bevorderen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.