ECLI:NL:RBDHA:2022:9129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis meerderjarige dochter wegens schending hoorplicht en onvoldoende belangenafweging
Eiseres, van Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van haar meerderjarige dochter die uit huis is gegaan om te studeren. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat eiseres niet onder het jongvolwassenenbeleid viel en er geen feitelijke gezinsband zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris ten onrechte geen belangenafweging heeft gemaakt zoals vereist op grond van artikel 8 EVRM Pro en artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn. Tevens is de hoorplicht geschonden doordat verweerder niet heeft gehoord in bezwaar, terwijl de situatie was veranderd doordat de moeder en zus van eiseres wel waren toegelaten.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht en het ontbreken van een belangenafweging.