Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
,-(honderdeenentachtig euro) aan eiser vergoedt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse jongvolwassene, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland op grond van nareis bij zijn vader, een asielstatushouder. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat eiser niet voldeed aan het jongvolwassenenbeleid en dat er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. De rechtbank vernietigde eerder een besluit vanwege ondeugdelijke motivering over het jongvolwassenenbeleid.
In het bestreden besluit II motiveerde de staatssecretaris opnieuw dat eiser een bewuste stap naar zelfstandigheid had gezet door een jaar te werken en zelfstandig inkomen te verwerven. De rechtbank oordeelde dat dit oordeel juist was, maar dat de staatssecretaris ten onrechte geen belangenafweging maakte op grond van artikel 8 EVRM Pro over de meer dan gebruikelijke afhankelijkheid.
De rechtbank stelde dat ook in nareiszaken een belangenafweging vereist is, mede op grond van Europese richtlijnen en jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter. Het ontbreken van deze afweging maakt het besluit onrechtmatig. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten en vergoedde het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM.