Eiser, een Somalische nationaliteit dragende persoon, diende op 11 juli 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat Italië eiser internationale bescherming heeft verleend. Eiser betwistte dit en voerde aan dat zijn verblijfsvergunning in Italië was verlopen en dat niet vaststond dat hij daar bescherming geniet.
De rechtbank oordeelde dat het enkele verlopen van het verblijfsdocument niet betekent dat de beschermingsstatus is vervallen. De Italiaanse autoriteiten hadden bevestigd dat zij opnieuw toegang tot Italië hadden verleend. Daarnaast werd het beroep verworpen dat eiser mocht vertrouwen op inhoudelijke behandeling van zijn aanvraag, ondanks communicatieproblemen en een foutieve uitnodiging voor een nader gehoor.
Eiser stelde ook dat de situatie voor statushouders in Italië slecht is, met beperkte toegang tot voorzieningen. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daardoor in een onhoudbare situatie zou verkeren en dat hij onvoldoende inspanningen had verricht om zijn rechten in Italië te effectueren.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat eiser geen sterkere band met Nederland heeft dan met Italië en dat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.